Deze paragraaf laat zien hoe de gemeente haar treasurytaken, geldzaken rond leningen en rente, organiseert. De gemeente voert haar treasurytaken uit binnen de geldende wet- en regelgeving. Daarbij gaat het onder meer om de Wet financiering decentrale overheden, het BBV, het Treasurystatuut en het gemeentelijk beleid voor leningen en garanties.
In deze paragraaf staat wat de gemeente in de komende begrotingsjaren verwacht op het gebied van financiering. We beschrijven hoeveel geld de gemeente leent en uitleent, welke rente daarbij hoort en welke financiële risico’s er zijn. Er worden in deze paragraaf geen nieuwe beleidsbesluiten genomen. Zo wordt inzicht gegeven in de financiering van de gemeente, zoals het BBV dat vraagt.
Volgens laatste actuele raming gebruikt de gemeente in 2026 nog beschikbare liquide middelen. Vanaf 2027 is opnieuw langlopende financiering (leningen) nodig. Voor de jaren 2027 tot en met 2030 gaat het naar verwachting om ongeveer €179 miljoen aan nieuwe langlopende leningen. De omslagrente is in 2026 1,4%. Voor de begroting 2027 wordt gerekend met een gelijkblijvende omslagrente.
Hoeveel geld de gemeente moet lenen, hangt af van meerdere zaken. Het gaat bijvoorbeeld om de exploitatie, de grondexploitaties, investeringen, aflossingen op bestaande leningen en het geld dat al beschikbaar is. Begin 2026 had de gemeente ongeveer €45 miljoen bij op de rekening bij het Rijk (verplichte schatkistbankieren) staan. Dit geld wordt in de raming eerst gebruikt. Pas daarna trekt de gemeente nieuwe langlopende leningen aan.
De investeringsplanning is gebaseerd op de stand van 30 juni 2026. Voor de periode 2026 tot en met 2030 verwacht de gemeente ongeveer €326 miljoen aan investeringsuitgaven (investeringenkasstroom). In deze raming zijn de gewone investeringen opgenomen, maar ook extra opgaven zoals Wechelerhoek, Haveneiland*, de financiering van het warmtebedrijf*, de voorgenomen lening aan Go-ahead Eagles* en het sportbedrijf.
De werkelijke rentelasten hangen af van het moment waarop de gemeente geld leent, de rente op dat moment en de gekozen looptijd en aflossing. Voor de begroting 2027 rekent de gemeente voorzichtige aanname van de rente, die aansluit op de huidige marktrente en de verwachte ontwikkeling van de kapitaalmarkt. Voor nieuwe leningen is gerekend met een looptijd van 15 jaar en een rente van ongeveer 3,5%. De gemeente wil voorkomen dat veranderingen in de rente direct grote gevolgen hebben voor de begroting. Daarom moeten renterisico’s beheersbaar blijven.
*onder voorbehoud van besluitvorming
In het Treasurystatuut 2021 en het beleidskader voor garanties en geldleningen uit 2020 staat hoe de gemeente met geld en leningen omgaat. Het doel is dat er genoeg financiële middelen beschikbaar zijn, dat financiële risico’s beperkt blijven en dat de gemeente zo goedkoop mogelijk kan lenen.
De gemeente voert een voorzichtig treasurybeleid. Zij gebruikt alleen eenvoudige financieringsvormen. De gemeente verstrekt alleen leningen als dat past bij haar publieke taak. Geld dat tijdelijk over is, stalt de gemeente met schatkistbankieren bij het Rijk.
Het treasurybeleid is niet bedoeld om winst te maken. De gemeente rekent rentekosten zoveel mogelijk toe aan investeringen, grondexploitaties, deelnemingen en verstrekte leningen. Elk jaar stelt de gemeente hiervoor één rentepercentage vast: de omslagrente.
De gemeente houdt zich bij het treasurybeleid aan de wettelijke regels en normen voor renterisico, kasgeldlimiet en schatkistbankieren. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd via de planning- en controlcyclus.
Aangetrokken financiering
Huidige liquiditeit- en rentepositie
Begin 2026 had de gemeente ongeveer €45 miljoen op de schatkistrekening staan. Dat is minder dan een jaar eerder. Naar verwachting is dit bedrag nog genoeg om de financieringsbehoefte in 2026 op te vangen. De gemeente gebruikt eerst de liquide middelen die al beschikbaar zijn. Pas daarna sluit zij nieuwe leningen af. Zo voorkomt de gemeente dat er te veel liquide middelen zijn en dat past binnen de lijn van voorzichtig treasurybeleid.
Financieringsstrategie
De actuele kasstroomraming laat zien dat de gemeente vanaf 2027 nieuwe financiering nodig heeft. In de raming gaat het om nieuwe langlopende leningen van ongeveer €74 miljoen in 2027, €65 miljoen in 2028, €23 miljoen in 2029 en €16 miljoen in 2030. Samen is dat ongeveer €179 miljoen aan nieuwe financiering. Hoeveel de gemeente uiteindelijk leent en wanneer zij dat doet, hangt af van de actuele liquiditeitsprognoses.
Rentevisie
De kapitaalmarktrente is hoger dan in eerdere jaren. De 10-jaarsrente voor lineaire leningen steeg van ongeveer 2,6% eind 2024 naar ongeveer 3,4% medio 2026. Voor nieuwe financiering is in de begrotingsraming gerekend met 3,5%. In de raming is uitgegaan van leningen met een looptijd van 15 jaar en lineaire aflossing. Deze uitgangspunten zijn gebruikt om de rentelasten en de ontwikkeling van de langlopende schuld te berekenen. Bij het werkelijk aantrekken van financiering sluit de gemeente aan bij de marktomstandigheden en de liquiditeitsbehoefte op dat moment. Het risico op rentestijgingen is opgenomen in de berekening van het weerstandsvermogen.
Langlopende geldleningen (> 1 jaar)
De langlopende schuld daalde in 2026 door gewone aflossingen en doordat de gemeente beschikbare liquide middelen gebruikte. Vanaf 2027 stijgt de schuld weer door de verwachte nieuwe leningen. Na aflossingen en nieuwe leningen is de langlopende schuld eind 2030 €218,6 miljoen. Dit staat in de onderstaande tabel.
(bedragen x €1 miljoen) | ||||
Leningenportefeuille | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Stand per begin jaar | 117.319 | 174.528 | 222.947 | 225.034 |
Nieuwe leningen | 74.000 | 65.000 | 23.000 | 16.000 |
Aflossingen | -16.791 | -16.580 | -20.914 | -22.447 |
Stand per einde jaar | 174.528 | 222.947 | 225.034 | 218.587 |
Kortlopende schulden (< 1 jaar)
De gemeente heeft een krediet op de rekening-courant van maximaal €28 miljoen. Dit krediet wordt gebruikt om schommelingen in het rekeningsaldo op te vangen. In de afgelopen jaren was dit voldoende. In de begroting gaat de gemeente ervan uit dat dit ook de komende jaren zo blijft. Bij het aantrekken van nieuwe leningen maakt de gemeente een afweging welke looptijd het beste past bij de verwachte ontwikkeling van de liquiditeit. Daarbij kunnen ook kasgeldleningen met een looptijd van 1 maand tot 1 jaar worden gebruikt.
Verstrekte leningen
Samenstelling bestaande leningenportefeuille
De tabel hieronder geeft een overzicht van de leningen die zijn verstrekt voor de publieke taak. Door de afgesproken aflossingen neemt het bedrag aan openstaande leningen ieder jaar af. In dit overzicht zijn geen nieuwe leningen opgenomen. Nieuwe aanvragen beoordeelt de gemeente volgens de door de raad vastgestelde beleidsnota Verlenen van garanties en verstrekken van geldleningen uit 2020.
In de raming zijn de leningen aan het sportbedrijf voor de renovatie van De Scheg en de voorgenomen lening aan GAE opgenomen als nieuwe leningen.
(bedragen x €1 miljoen) | ||||
Verstrekte geldleningen | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Stand per begin jaar | 26,0 | 65,7 | 73,2 | 74,8 |
Contractuele aflossingen | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
Nieuwe leningen | 39,7 | 7,5 | 1,7 | 0,00 |
Stand per einde jaar | 65,7 | 73,2 | 74,8 | 74,8 |
De tabel hieronder geeft een overzicht van het uitstaand saldo per tegenpartij (beginstand begrotingsjaar).
Het bedrag bij GAE is opgebouwd uit de lopende lening van 3,6 miljoen en de voorgenomen nieuwe lening van 8 miljoen(*).
(bedragen x €1 miljoen) | |
Tegenpartij | Uitstaand saldo |
Sportbedrijf Deventer N.V. | 13,6 |
Go Ahead Eagles* | 11,5 |
Groenbedrijf B.V | 1,9 |
Enexis holding | 1,4 |
Escohold | 0,3 |
Stichting MiMiK | 0,3 |
Totaal | 28,9 |
Renteresultaat
Interne doorberekening van rente naar programma's
Het financieringsbeleid van de gemeente gaat uit van integrale financiering. Het uitgangspunt is dat het taakveld Treasury geen positief of negatief renteresultaat heeft. Dit wordt bereikt door de rentelasten van de gemeente door te berekenen aan de gemeentelijke investeringen binnen de verschillende programma’s. De rente die hiervoor wordt gebruikt, is de omslagrente. De omslagrente wordt doorberekend aan alle vaste activa en aan de grondexploitaties. Bij het bepalen van de rentelasten worden niet alleen de externe rentelasten meegenomen, maar ook de rentebaten op verstrekte leningen en de interne rentetoerekening aan reserves en voorzieningen. Het omslagrentepercentage dat hiervoor wordt gebruikt is 1,4%. Bij de jaarrekening wordt nagegaan of het verschil tussen de vooraf bepaalde omslagrente en de werkelijke gemiddelde rentelasten meer dan 25% is. Als dat zo is, vindt correctie plaats.
Verwachte renteresultaat
De tabel hieronder laat de verwachte ontwikkeling van het renteresultaat zien op basis van de meerjarenbegroting 2027-2030. Het resultaat laat zien of de rentelasten worden gedekt door de rentetoerekening met een omslagrente van 1,4%. Het werkelijke renteresultaat kan hiervan afwijken. Dat komt door verschillen in de externe rentelasten en rentebaten en door de omvang van de balansposten waaraan de omslagrente wordt toegerekend. Deze verschillen worden verrekend met de algemene reserve.
(Bedragen x €1.000) | ||||
Renteschema | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
De externe rentelasten over de korte en lange financiering | 6.477 | 7.585 | 7.470 | 7.298 |
De externe rentebaten over de korte en lange financiering | -983 | -1.183 | -1.201 | -1.258 |
Rente over eigen vermogen | 601 | 579 | 560 | 560 |
Rente over voorzieningen | 628 | 400 | 280 | 260 |
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 6.722 | 7.381 | 7.108 | 6.860 |
De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente) | 6.312 | 7.048 | 7.014 | 7.009 |
Renteresultaat op het taakveld treasury | -410 | -333 | -95 | 149 |
Risicobeheer
Inleiding
De belangrijkste risico’s bij de financiering zijn renterisico, liquiditeitsrisico en kredietrisico. In deze paragraaf staat hoe de gemeente Deventer deze risico’s beheerst en welke normen daarbij gelden.
Renterisico op langlopende financiering
Renterisico’s ontstaan als de marktrente hoger is dan in de begroting is verwacht. Bij het aangaan van nieuwe leningen, bij herfinanciering van aflopende leningen of bij uitbreiding van de leningenportefeuille kan een verschil tussen de oude en nieuwe rente leiden tot veel hogere rentelasten.
De renterisico’s op langlopende financiering worden begrensd door de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel de renterisico’s van de leningenportefeuille te spreiden. Daardoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten van de gemeente. Bij een begroot lastentotaal van ongeveer €500 miljoen is de renterisiconorm €100 miljoen. Dat betekent dat jaarlijks maximaal €100 miljoen aan langlopende leningen mag worden geherfinancierd. Om daaraan te voldoen, houdt de gemeente bij de keuze voor de looptijd van leningen rekening met een goede spreiding van de aflossingen over de jaren.
De onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de renterisiconorm zien voor de jaren 2027 tot en met 2030. In alle jaren is er voldoende ruimte om binnen de limiet te blijven.
(bedragen x €1 miljoen) | ||||
Toets renterisiconorm | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
Renteherzieningen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Contractuele aflossingen | -16,8 | -16,6 | -20,9 | -22,4 |
Renterisico op vaste schuld | -16,8 | -16,6 | -20,9 | -22,4 |
Bepaling renterisiconorm | ||||
Stand van de begroting per 1 januari | 532,9 | 523,8 | 523,4 | 527,6 |
Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage | 20% | 20% | 20% | 20% |
Renterisiconorm | 106,6 | 104,8 | 104,7 | 105,5 |
Ruimte (+) / Overschrijding (-) | 89,8 | 88,2 | 83,8 | 83,1 |
Renterisico op kortlopende financiering
Vooral bij kortlopende financiering kunnen rentewijzigingen veel invloed hebben op de totale rentelasten. Daarom gebruikt de gemeente Deventer kortlopende financiering alleen om schommelingen in de liquiditeitspositie op te vangen. Zij gebruikt deze financiering niet voor langlopende investeringen.
De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel kortlopende schuld de gemeente maximaal mag hebben. Zo wordt voorkomen dat schommelingen in de korte rente te grote financiële risico's veroorzaken. De limiet is een percentage dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Voor gemeenten is dit 8,5% van de begrote uitgaven. De gemeente heeft gekozen voor een kredietlimiet van €28 miljoen om schommelingen in de beschikbare liquiditeit op te vangen. Daardoor voldoet de gemeente in beginsel altijd aan de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet langere tijd wordt overschreden, heeft dat formele gevolgen. De provincie moet als toezichthouder worden geïnformeerd wanneer de gemeente in drie opeenvolgende kwartalen boven de kasgeldlimiet uitkomt. In de afgelopen jaren is dat niet gebeurd.
Liquiditeitsrisico
De gemeente beperkt het liquiditeitsrisico door een buffer aan te houden op de rekening-courant en binnen de kredietlimiet. Als de gemeente tijdelijk meer geld heeft dan nodig is, moet zij het deel boven 2% van het begrotingstotaal bij het Rijk stallen. De gemeente Deventer doet dit door positieve saldi op lopende rekeningen automatisch af te romen boven een afgesproken bedrag. Zo heeft de centrale treasuryfunctie toegang tot het grootste deel van de liquide middelen. Ook voorkomt de gemeente dat geld te veel verspreid staat over verschillende kas- en bankrekeningen.
Kredietrisico
Kredietrisicobeheer betekent dat de gemeente de risico’s beheerst die ontstaan als een tegenpartij haar betalingsverplichtingen niet of niet op tijd kan nakomen. Dit kan gebeuren door insolventie of door een tekort aan liquide middelen. Volgens het Treasurystatuut mag de gemeente alleen geld uitzetten voor de uitvoering van een publieke taak. De kredietrisico’s blijven daardoor beperkt tot situaties waarin een partij waaraan de gemeente een lening heeft verstrekt, deze lening niet kan terugbetalen. In dat geval bestaat het risico dat de gemeente de lening moet afschrijven.
EMU-saldo
Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de gemeente Deventer telt mee in het totale EMU-saldo van het Rijk en alle mede-overheden. Het EMU-saldo wordt berekend op basis van ontvangsten en uitgaven. Dat is anders dan het saldo van baten en lasten in de begroting. Daardoor kan een gemeente ook bij een sluitende begroting toch een negatief EMU-saldo hebben. Dit komt vooral door grote investeringen (mutatie in de vast acva). Die tellen in het jaar van de investering mee in het EMU-saldo, terwijl de kosten in de begroting worden verdeeld over de jaren waarin de investering wordt gebruikt.
Het Rijk heeft bepaald dat het EMU-tekort van mede-overheden tot en met 2026 maximaal -0,5% van het BBP mag zijn. Voor Deventer komt dit neer op €25,1 miljoen. Deze EMU-referentiewaarde is geen harde norm. Het is een indicatie van het aandeel van Deventer in de gezamenlijke tekortnorm. Als één gemeente deze waarde overschrijdt, heeft dat geen directe gevolgen.
De tabel hieronder laat zien hoe het EMU-saldo is opgebouwd. Hiervoor is het CBS-schema gebruikt. In 2026 en 2028 blijft het EMU-saldo binnen de norm. In 2027 ligt het EMU-saldo boven de norm. Dit is het gevolg van de beoogde investeringen die in dat jaar begroot zijn.
(bedragen x €1.000) | ||||
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | |
1 | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) | -8.074 | -10.164 | -8.476 |
2 | Mutatie (im)materiële vaste activa | 32.609 | 52.592 | 6.040 |
3 | Mutatie voorzieningen | -1.801 | -472 | 6.259 |
4 | Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) | -6.089 | -589 | -2.069 |
5 | Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa | - | - | - |
Berekend EMU-saldo | 16.645 | 41.367 | 1.754 | |

