Risico's en ontwikkelingen
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement zijn de actuele risico's opgenomen die van invloed zijn op ons weerstandsvermogen. Daarnaast zijn er ook een aantal algemene risicogebieden.
Algemeen
Er zijn meerdere posten incidenteel tot of tot en met 2030 en vragen tijdige besluitvorming over voortzetting of afbouw.
Herverdeling gemeentefonds en reservering tegenvallers
Het Rijk onderzoekt een aanpassing van de verdeling van het gemeentefonds. In het voorjaar van 2026 presenteerde het Rijk hiervoor een eerste voorstel. Voor de gemeente Deventer zou dit voorstel leiden tot een financieel nadeel van circa € 1 miljoen tot € 4 miljoen. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseerden het Rijk om dit verdeelvoorstel niet door te voeren, omdat de verschillen tussen gemeenten onvoldoende uitlegbaar waren.
Het Rijk werkt nu toe naar een nieuw verdeelmodel per 2029. De exacte financiële effecten zijn nog onzeker, maar wij houden rekening met een nadelig effect voor Deventer.
Ook hebben we te maken met een aantal bezuinigingsopgaven waarbij er een risico bestaat dat we deze niet volledig realiseren. Daarom reserveren wij in 2029 € 0,5 miljoen en in 2030 € 1 miljoen. Daarmee creëren we ruimte om de mogelijke herverdeeleffecten geleidelijk op te vangen. Zodra er meer duidelijkheid is over het nieuwe verdeelmodel, beoordelen we opnieuw of deze middelen nodig zijn. Als de middelen niet nodig blijken, kunnen ze vrijvallen. Als het nadeel groter uitvalt, kunnen we voorstellen om aanvullend middelen te reserveren.
Nota kapitaalgoederen
De jaarlijkse ophoging op basis van de nota kapitaalgoederen vraagt blijvende aandacht. We moeten tijdig beoordelen of de structurele lasten betaalbaar blijven en of de voorgenomen maatregelen uitvoerbaar zijn. Daarnaast lopen diverse incidentele budgetten af, waaronder de middelen voor gladheidsbestrijding, verkeersregelinstallaties, Triple B-pleinen en de uitvoering van het beleidsplan spelen. Dit vraagt om tijdige bestuurlijke afweging over voortzetting, bijstelling of afbouw.
Structurele bouwlegesopbrengsten
We stellen de structurele bouwlegesopbrengsten neerwaarts bij. De eerdere raming bleek te hoog en de opbrengsten blijven gevoelig voor externe ontwikkelingen, zoals netcongestie, economische omstandigheden en stikstofproblematiek. Vooral netcongestie vormt een actueel risico, omdat dit kan leiden tot een plotselinge daling van het aantal aanvragen en daarmee tot lagere legesopbrengsten.
Stijgende kosten jeugdzorg
De afgelopen jaren zijn de kosten van jeugdzorg fors gestegen. Er worden verschillende maatregelen getroffen om de groei af te vlakken en de begrotingsopgave van € 3,1 miljoen die er vanaf 2028 is te realiseren, zodat het leidt tot een daling van de lasten.
|
Eigen bijdrage jeugd naar 100%
We nemen in de begroting een stelpost op voor 100% van het verwachte effect van de eigen bijdrage jeugd. Daarmee sluiten we aan bij de ruimte die de provincie als financieel toezichthouder biedt om deze rijksmaatregel in de meerjarenraming te verwerken. Tegelijkertijd erkennen we dat dit een financieel risico blijft. Het Rijk moet de eigen bijdrage nog verder uitwerken en de noodzakelijke wettelijke basis organiseren. Ook is nog onzeker vanaf wanneer de maatregel daadwerkelijk ingaat, welke doelgroep en vormen van jeugdhulp hieronder vallen en welk financieel effect dit voor gemeenten oplevert.
Daarom volgen we de landelijke besluitvorming en de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd nauwgezet. Als de maatregel later, gedeeltelijk of niet wordt ingevoerd, ontstaat een nadeel ten opzichte van de huidige begroting. In dat geval brengen we het financiële effect in beeld en leggen we zo nodig een voorstel voor om de begroting bij te stellen of aanvullende dekking te organiseren.
BCF plafond naar 100%
We ramen het effect van het BCF-plafond voor 100% in. Daarmee benutten we de ruimte die de provincie als financieel toezichthouder biedt om dit voordeel in de meerjarenbegroting te verwerken. Het Btw-compensatiefonds maakt het voor gemeenten mogelijk om betaalde btw over overheidstaken onder voorwaarden te compenseren. Het Rijk hanteert daarbij een plafond. Als gemeenten en provincies gezamenlijk minder declareren dan dit plafond, valt het verschil vrij ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Gemeenten mogen dit verwachte voordeel verwerken, maar de omvang blijft afhankelijk van het landelijke declaratiegedrag.
Daarmee blijft deze raming onzeker. Als de landelijke BCF-declaraties hoger uitvallen dan verwacht, blijft er minder ruimte onder het plafond over en valt het voordeel voor gemeenten lager uit. Dat leidt dan tot een nadeel ten opzichte van onze begroting. Voor Deventer bedraagt het geraamde voordeel op dit moment maximaal circa € 1,3 miljoen. We volgen de landelijke ontwikkeling van het BCF-plafond actief.
Versnellingsgelden
De versnellingsgelden zijn gekoppeld aan concrete voorwaarden voor woningbouw en infrastructuur. Voor Centrum & Schil en Keizerslanden moeten de infrastructurele werkzaamheden uiterlijk in 2027 starten en in 2035 zijn afgerond; daarnaast moet de bouw van de laatste woningen in 2030 zijn gestart. Vertraging in planvorming, procedures, grondverwerving, netcapaciteit of uitvoering kan ertoe leiden dat Deventer niet tijdig aan deze voorwaarden voldoet. In dat geval bestaat het risico dat rijksmiddelen geheel of gedeeltelijk moeten worden terugbetaald, terwijl al wel gemeentelijke verplichtingen en uitgaven zijn aangegaan. Ook prijsstijgingen en wijzigingen in de scope kunnen de gemeentelijke bijdrage verhogen. We bewaken daarom per project de subsidievoorwaarden, planning, woningbouwprestaties en financiële ontwikkeling en sturen waar nodig tijdig bij. Dit kan bijvoorbeeld door.
- Vooruitlopend op de uiteindelijk infrastructurele werkzaamheden al eerder starten met voorbereidende werken
- Tijdig indienen van een wijzigingsverzoek (uitstel vragen) bij het rijk
- Versnellen projecten
Netcongestie
De beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet staat in Deventer verder onder druk. De actuele inzichten van de netbeheerder geven weinig ruimte voor nieuwe of zwaardere aansluitingen voor woningbouw, bedrijven, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen. De exacte beschikbare capaciteit en de verdeling daarvan worden de komende periode nader duidelijk. Netcongestie is daarmee niet alleen een technisch vraagstuk, maar steeds meer een bepalende randvoorwaarde voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Deventer.
Onvoldoende netcapaciteit kan leiden tot vertraging, fasering of aanpassing van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen, laadvoorzieningen, gemeentelijk vastgoed en maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor kunnen investeringsprojecten later worden gerealiseerd, terwijl voorbereidingskosten, rentelasten, prijsstijgingen en gemeentelijke inzet doorlopen. Ook kunnen grondverkopen en bouwleges later of lager uitvallen en kunnen voorwaarden en termijnen van rijkssubsidies onder druk komen te staan.
Bij langdurige vertraging bestaat daarmee het risico op hogere projectkosten, lagere gemeentelijke inkomsten en het niet of niet tijdig realiseren van bestuurlijke ambities. De landelijke crisisaanpak versnelt de aanleg en uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuur, maar heeft ook gevolgen voor de gemeentelijke rol. Energie moet eerder en nadrukkelijker worden meegewogen bij ruimtelijke keuzes en gebiedsontwikkelingen. Nieuwe en uitgebreide hoog- en middenspanningsvoorzieningen vragen ruimte boven en onder de grond en kunnen gevolgen hebben voor de leefomgeving. Tegelijkertijd verschuiven bij enkele projecten bevoegdheden en worden procedures verkort. Dit vraagt extra capaciteit voor ruimtelijke inpassing, vergunningverlening, juridische advisering, afstemming met provincie en netbeheerders, communicatie en participatie.
We brengen daarom de gevolgen per gebiedsontwikkeling en investeringsproject in beeld en verbinden de planning en prioritering van projecten nadrukkelijker aan de beschikbaarheid van energie-infrastructuur. Daarbij zetten we samen met netbeheerders en andere partners in op netverzwaring, netbewust bouwen, flexibiliteit, opslag en lokale energiesystemen. Waar tijdige aansluiting onzeker is, maken we bestuurlijke keuzes over fasering, prioritering, alternatieve oplossingen en financiële beheersmaatregelen. De financiële gevolgen zijn op dit moment nog niet betrouwbaar te kwantificeren en worden gevolgd via de planning-en-controlcyclus.


