Algemene risicogebieden
De risico’s die in deze paragraaf staan, tellen mee bij het bepalen van het weerstandsvermogen. Dat is de financiële buffer die de gemeente nodig heeft om mogelijke tegenvallers op te vangen. Niet alle risico’s worden op dezelfde manier meegenomen. Sommige risico’s zijn namelijk al op een andere manier financieel afgedekt, bijvoorbeeld via een aparte reserve, een voorziening, een projectbudget of een specifieke risicobuffer. Voor die risico’s hoeft daarom geen extra bedrag te worden opgenomen in de benodigde weerstandscapaciteit.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Slim Warmtenet Zandweerd: voor dit project is een afzonderlijke risicoanalyse opgesteld en een specifieke risicoreserve gevormd.
  • Winstgevende grondexploitaties: financiële tegenvallers worden in eerste instantie binnen de betreffende grondexploitatie opgevangen. Alleen wanneer de winstmarge onvoldoende blijkt, kan dit leiden tot een aanvullende verliesvoorziening en daarmee tot een financieel effect voor de gemeente.
  • De Marke Noord: de geraamde grondopbrengsten worden ingezet ter dekking van de kapitaallasten van de nieuwbouw van De Marke Zuid. Indien opbrengsten achterblijven, wordt dit binnen de project- en investeringssturing opgevangen.
  • Programma Leefomgeving: risico's zoals worteldruk, onderhoudsachterstanden, prijsontwikkelingen bij reconstructies en schade aan openbare ruimte worden in beginsel binnen de programmabudgetten opgevangen.
  • Gebiedsontwikkelingen en bovenplanse voorzieningen: hiervoor zijn bestemmingsreserves en projectgebonden budgetten beschikbaar.
  • Verbonden partijen: risico's van deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en verstrekte leningen worden afzonderlijk beoordeeld in de paragraaf Verbonden Partijen.
  • Grote investeringsprojecten: risico's van prijsstijgingen, uitvoeringsrisico's en hogere bouwkosten bij projecten zoals onderwijshuisvesting, De Scheg, Podiumkunsten en infrastructurele kunstwerken worden primair binnen de beschikbare kredieten en projectreserves beheerst.
  • Energietransitie en netcongestie: vertragingen of hogere kosten bij verduurzamingsprojecten worden zoveel mogelijk binnen projectbudgetten, subsidies en afzonderlijke investeringskaders opgevangen.

Naast de risico’s die financieel zijn doorgerekend, zijn er ook ontwikkelingen waarvan de financiële gevolgen nu nog niet goed te bepalen zijn. Deze onzekerheden zijn daarom niet meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Ze zijn op dit moment nog te onzeker of te weinig concreet om er een betrouwbaar bedrag aan te koppelen. Wel zijn ze belangrijk voor het totale financiële beeld. Daarom blijft het nodig dat de gemeente voldoende financiële buffer aanhoudt. Ook onderstrepen deze onzekerheden waarom de gemeente een minimale weerstandsratio van 1,5 hanteert. De gemeente volgt deze onzekerheden actief via de planning- en controlcyclus.
Hieronder vallen onder meer:

  • Ontwikkelingen in de algemene uitkering uit het gemeentefonds.
  • Wijzigingen in wet- en regelgeving en de financiële effecten daarvan.
  • Ontwikkelingen binnen het BTW-compensatiefonds (BCF).
  • Leegstand, waardedaling en overige risico's van gemeentelijk vastgoed.
  • Restauratie- en instandhoudingskosten van monumentaal vastgoed.
  • Financiële risico's uit garantstellingen en borgstellingen.
  • Risico's op terugvordering van ontvangen subsidies.
  • Ontwikkelingen in energieprijzen en nutskosten.
  • Economische ontwikkelingen die invloed hebben op grondprijzen, bouwkosten en gemeentelijke inkomsten.
  • Capaciteitstekorten op de arbeidsmarkt die kunnen leiden tot hogere uitvoeringskosten of vertraging van projecten.