Hoeveel geld de gemeente moet lenen, hangt af van meerdere zaken. Het gaat bijvoorbeeld om de exploitatie, de grondexploitaties, investeringen, aflossingen op bestaande leningen en het geld dat al beschikbaar is. Begin 2026 had de gemeente ongeveer €45 miljoen bij op de rekening bij het Rijk (verplichte schatkistbankieren) staan. Dit geld wordt in de raming eerst gebruikt. Pas daarna trekt de gemeente nieuwe langlopende leningen aan.

De investeringsplanning is gebaseerd op de stand van 30 juni 2026. Voor de periode 2026 tot en met 2030 verwacht de gemeente ongeveer €326 miljoen aan investeringsuitgaven (investeringenkasstroom). In deze raming zijn de gewone investeringen opgenomen, maar ook extra opgaven zoals Wechelerhoek, Haveneiland*, de financiering van het warmtebedrijf*, de voorgenomen lening aan Go-ahead Eagles* en het sportbedrijf.

De werkelijke rentelasten hangen af van het moment waarop de gemeente geld leent, de rente op dat moment en de gekozen looptijd en aflossing. Voor de begroting 2027 rekent de gemeente voorzichtige aanname van de rente, die aansluit op de huidige marktrente en de verwachte ontwikkeling van de kapitaalmarkt. Voor nieuwe leningen is gerekend met een looptijd van 15 jaar en een rente van ongeveer 3,5%. De gemeente wil voorkomen dat veranderingen in de rente direct grote gevolgen hebben voor de begroting. Daarom moeten renterisico’s beheersbaar blijven.

*onder voorbehoud van besluitvorming