Risicobeheer

Inleiding

De belangrijkste risico’s bij de financiering zijn renterisico, liquiditeitsrisico en kredietrisico. In deze paragraaf staat hoe de gemeente Deventer deze risico’s beheerst en welke normen daarbij gelden.

Renterisico op langlopende financiering

Renterisico’s ontstaan als de marktrente hoger is dan in de begroting is verwacht. Bij het aangaan van nieuwe leningen, bij herfinanciering van aflopende leningen of bij uitbreiding van de leningenportefeuille kan een verschil tussen de oude en nieuwe rente leiden tot veel hogere rentelasten.
De renterisico’s op langlopende financiering worden begrensd door de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel de renterisico’s van de leningenportefeuille te spreiden. Daardoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten van de gemeente. Bij een begroot lastentotaal van ongeveer €500 miljoen is de renterisiconorm €100 miljoen. Dat betekent dat jaarlijks maximaal €100 miljoen aan langlopende leningen mag worden geherfinancierd. Om daaraan te voldoen, houdt de gemeente bij de keuze voor de looptijd van leningen rekening met een goede spreiding van de aflossingen over de jaren.
De onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de renterisiconorm zien voor de jaren 2027 tot en met 2030. In alle jaren is er voldoende ruimte om binnen de limiet te blijven.

(bedragen x €1 miljoen)

Toets renterisiconorm

2027

2028

2029

2030

Renteherzieningen

0,0

0,0

0,0

0,0

Contractuele aflossingen

-16,8

-16,6

-20,9

-22,4

Renterisico op vaste schuld

-16,8

-16,6

-20,9

-22,4

Bepaling renterisiconorm

Stand van de begroting per 1 januari

532,9

523,8

523,4

527,6

Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

106,6

104,8

104,7

105,5

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

89,8

88,2

83,8

83,1

Renterisico op kortlopende financiering

Vooral bij kortlopende financiering kunnen rentewijzigingen veel invloed hebben op de totale rentelasten. Daarom gebruikt de gemeente Deventer kortlopende financiering alleen om schommelingen in de liquiditeitspositie op te vangen. Zij gebruikt deze financiering niet voor langlopende investeringen.
De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel kortlopende schuld de gemeente maximaal mag hebben. Zo wordt voorkomen dat schommelingen in de korte rente te grote financiële risico's veroorzaken. De limiet is een percentage dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Voor gemeenten is dit 8,5% van de begrote uitgaven. De gemeente heeft gekozen voor een kredietlimiet van €28 miljoen om schommelingen in de beschikbare liquiditeit op te vangen. Daardoor voldoet de gemeente in beginsel altijd aan de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet langere tijd wordt overschreden, heeft dat formele gevolgen. De provincie moet als toezichthouder worden geïnformeerd wanneer de gemeente in drie opeenvolgende kwartalen boven de kasgeldlimiet uitkomt. In de afgelopen jaren is dat niet gebeurd.

Liquiditeitsrisico

De gemeente beperkt het liquiditeitsrisico door een buffer aan te houden op de rekening-courant en binnen de kredietlimiet. Als de gemeente tijdelijk meer geld heeft dan nodig is, moet zij het deel boven 2% van het begrotingstotaal bij het Rijk stallen. De gemeente Deventer doet dit door positieve saldi op lopende rekeningen automatisch af te romen boven een afgesproken bedrag. Zo heeft de centrale treasuryfunctie toegang tot het grootste deel van de liquide middelen. Ook voorkomt de gemeente dat geld te veel verspreid staat over verschillende kas- en bankrekeningen.

Kredietrisico

Kredietrisicobeheer betekent dat de gemeente de risico’s beheerst die ontstaan als een tegenpartij haar betalingsverplichtingen niet of niet op tijd kan nakomen. Dit kan gebeuren door insolventie of door een tekort aan liquide middelen. Volgens het Treasurystatuut mag de gemeente alleen geld uitzetten voor de uitvoering van een publieke taak. De kredietrisico’s blijven daardoor beperkt tot situaties waarin een partij waaraan de gemeente een lening heeft verstrekt, deze lening niet kan terugbetalen. In dat geval bestaat het risico dat de gemeente de lening moet afschrijven.