Beleidsuitgangspunt rechten
Rechten zijn bedoeld voor een specifieke dienst of product van de gemeente. Daarom is er een duidelijke koppeling tussen wat de gemeente aan rechten ontvangt en wat het kost om die dienst of product te leveren. Het uitgangspunt is daarom dat de tarieven de kosten van die dienst of dat overheidsproduct zoveel mogelijk dekken.
De hoogte van het tarief hangt meestal af van de mate waarin de kosten worden gedekt. Binnen de leges mag de extra opbrengst van de ene heffing soms worden gebruikt om kosten van een andere heffing te betalen. Dat mag alleen binnen strikte regels. Daarbij moeten we onder meer rekening houden met het verbod op willekeur, het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de Europese Dienstenrichtlijn.
Het beleid is dat tarieven de kosten zoveel mogelijk dekken. In sommige gevallen lukt dat structureel niet. Een voorbeeld hiervan zijn de havengelden. De kosten voor bruggen en kades zijn zo hoog dat het niet haalbaar is om alle kosten door te berekenen aan de gebruikers van de haven.
Met het ingaan van de Omgevingswet (1 januari 2024), zijn er nieuwe activiteiten bijgekomen en bestaande activiteiten veranderd voor de fysieke leefomgeving. Omdat de Omgevingswet een bredere reikwijdte heeft, is de dienstverlening rond de fysieke leefomgeving en omgevingsvergunningen is daardoor ook breder geworden.

